Mechelen

Hof van beroep fluit beslissing van Mechelse rechters terug: man (29) die vernielingen aanbracht aan gerechtshof, niet langer geïnterneerd

TC
Thomas Claes
Redacteur Sport & Omgeving
·26 juni·vrijdag 26 juni 2026·4 min lezen

Wat begon met een steen en een bloempot tegen de glazen inkomdeur van de Mechelse rechtbank, eindigt nu met een opvallende juridische ommekeer: het hof van beroep heeft de interneringsbeslissing van de Mechelse rechters vernietigd.

Van nachtelijke vernieling tot rechtszaal

In de nacht van 15 op 16 juli 2025 trok de 29-jarige Moussa E.B. voor het eerst naar het gerechtsgebouw in de Voochtstraat in Mechelen. Gewapend met een steen gooide hij naar de glazen inkomdeur van het gebouw. Toen medewerkers de volgende ochtend aankwamen, troffen ze twee gaten aan met een kenmerkende stervormige barst in het glas. De politie werd meteen verwittigd en nam ter plaatse de nodige vaststellingen, waarbij ook de beschikbare camerabeelden onmiddellijk werden doorgenomen.

Op die beelden was de dader duidelijk herkenbaar in beeld, maar een arrestatie bleef die dag nog uit. Twee dagen later, op 18 juli, kon de politie E.B. uiteindelijk oppakken. Intussen had de Mechelaar echter niet stilgezeten. In de tussenliggende periode was hij opnieuw naar het gerechtsgebouw getrokken en had hij voor de tweede keer vernielingen aangericht aan dezelfde inkomdeur, ditmaal eerst met een niet nader gespecificeerd voorwerp en daarna zelfs met een bloempot. De schade was groot genoeg om het glas van de volledige inkomdeur te moeten vervangen, wat de totale kostprijs van de feiten aanzienlijk deed oplopen.

Geen motief, wel een veroordeling

Na zijn arrestatie bleek al snel dat E.B. in de buurt van het gerechtsgebouw woonde en geen onbekende was voor justitie. Toch kon hij zelf geen duidelijke verklaring geven voor zijn gedrag. Hij verklaarde dronken te zijn geweest en stelde dat hij de rechtbank niet bewust als doelwit had uitgekozen. Bovendien benadrukte hij geen enkel probleem te hebben met medewerkers van justitie. Waarom hij uitgerekend de inkomdeur van het Mechelse gerechtshof tweemaal op rij viseerde, is nooit volledig opgehelderd.

Na zijn verhoor bij zowel de politie als de onderzoeksrechter werd E.B. in de gevangenis opgesloten. Hij werd formeel verdacht van het beschadigen van roerende en onroerende goederen. In december 2025 verscheen hij voor de rechtbank, en een maand later, begin 2026, volgde het vonnis. De Mechelse rechters kozen niet voor een gewone straf, maar voor internering. Ze motiveerden die beslissing met de stelling dat E.B. door zijn gedrag de psychische integriteit van de medewerkers van het Mechelse gerechtshof ernstig had aangetast. Het was precies die motivering die de sleutel vormde om internering juridisch mogelijk te maken, want de feiten op zich, materiële beschadigingen, volstaan normaliter niet als grond voor een interneringsmaatregel.

Advocate vecht beslissing aan, hof van beroep volgt haar redenering

Advocate Veronique Gysbrechts, die E.B. bijstond, was het fundamenteel oneens met de redenering van de Mechelse rechters. Zij stelde zich van bij het begin op het standpunt dat de feiten waarvoor haar cliënt was veroordeeld, juridisch gezien onvoldoende grond bieden om een interneringsmaatregel op te leggen. "Deze feiten kunnen geen aanleiding geven tot internering", liet ze optekenen. Gysbrechts besloot de zaak voor te leggen aan het hof van beroep en dat besliste haar, althans gedeeltelijk, gelijk te geven.

Het hof van beroep floot de Mechelse rechters terug en schafte de interneringsmaatregel af. Die beslissing is juridisch significant, want ze maakt duidelijk dat de motivering rond de psychische integriteit van personeelsleden onvoldoende draagkracht had om een zo ingrijpende maatregel als internering te rechtvaardigen. Opvallend daarbij is het woordje "deels" in de uitspraak: het hof volgde de advocate niet op alle punten, wat betekent dat E.B. wellicht niet vrijuit gaat en er mogelijk nog een andere uitspraak aan verbonden is.

Internering is in België een ingrijpende maatregel die bedoeld is voor personen met een ernstige psychische stoornis die een gevaar vormen voor de samenleving. Het is geen straf in de klassieke zin, maar een beveiligingsmaatregel die iemand voor onbepaalde duur in een psychiatrische instelling kan plaatsen. Voor Mechelaars is het dan ook belangrijk te begrijpen dat de afschaffing van de internering niet noodzakelijk betekent dat de man volledig van alle gevolgen is vrijgesteld.

Wat nu voor Moussa E.B.?

Ondertussen blijft de vraag wat de concrete gevolgen zijn van de beslissing van het hof van beroep voor de verdere rechtspositie van de 29-jarige Mechelaar. Nu de interneringsmaatregel van tafel is, zal de zaak wellicht een andere wending nemen. Of dat een reguliere veroordeling met straf betekent, of een andere juridische afwikkeling, zal de komende weken en maanden moeten blijken.

Voor het gerechtsgebouw zelf in de Voochtstraat is de schade allang hersteld, maar de juridische nasleep van die twee julinavonden in 2025 sleept dus nog steeds aan. Tegelijk werpt de zaak een breder licht op de grenzen van het interneringsrecht in België en de vraag wanneer een rechter die maatregel al dan niet kan opleggen. De uitspraak van het hof van beroep is in dat opzicht een duidelijk signaal dat de motivering rond de psychische integriteit van derden niet zomaar als vrijgeleide kan dienen om internering toe te passen.

#Mechelen
Deel dit artikel
FacebookWhatsApp